


© 2012 Den Rooijen Hypotheken & Assurantiën KvK Rotterdam 24401689 AFM vergunningnummer 12015940 KiFiD 300.010.79 Privacy | Disclaimer



De WIA zit zo in elkaar dat altijd geldt: hoe meer u werkt, hoe hoger uw inkomen is. Daarom zijn er verschillende soorten WGA-uitkeringen: één voor de eerste periode, die gebaseerd is op uw vroegere loon en daarna een loonaanvulling óf een uitkering, afhankelijk van hoeveel u zelf dan verdient.
Eerst een uitkering op basis van uw laatste loon
Als u niet werkt krijgt u eerst een 'loongerelateerde' uitkering van 70% van wat
u verdiende voordat u ziek werd (met een maximum). Als u wel werkt, krijgt u bovenop
uw nieuwe loon een uitkering die 70% is van het bedrag dat u minder verdient in vergelijking
met uw vroegere loon (ook met een maximum).
Deze eerste 'loongerelateerde' uitkering
duurt minimaal drie maanden en maximaal 38 maanden. Hoe lang precies, hangt af van
hoeveel jaren u heeft gewerkt voordat u ziek werd (uw 'arbeidsverleden'). U moet
in ieder geval minimaal 26 van de laatste 36 weken voordat u ziek werd, gewerkt hebben.
Wat
gebeurt er als deze uitkering afloopt? Dat hangt af van hoevéél u op dat moment verdient.
Deze verdiensten worden vervolgens tot het 65e jaar elke maand bekeken.
Dan als u voldoende werkt: een WGA-loonaanvulling
Verdient u na afloop van de 'loongerelateerde' uitkering minmaal de helft van wat
u (nog) kunt verdienen? Dan vult de WGA uw loon aan met 70% van het verschil tussen
uw oude loon (met een maximum) en het loon bij volledige benutting van uw resterende
verdiencapaciteit. Zo krijgt u een groot deel van het verschil 'terug'. Het loont
dus om te werken naar vermogen.
Voorbeeld: u had een dagloon van € 100 en u wordt
50% arbeids(on)geschikt. Uw resterende verdiencapaciteit is dus € 50. Na afloop van
uw 'loongerelateerde uitkeringsperiode' verdient u € 30 (dus meer dan € 25, de helft
van uw verdiencapaciteit). Dan heeft u recht op een WGA-loonaanvulling van 70% van
(100-50) is € 35.
Of als u niet of niet voldoende werkt: een WGA-vervolguitkering
Heeft u na afloop van de 'loongerelateerde' uitkering geen werk of verdient u minder dan 50% van uw verdiencapaciteit? Dan krijgt u (bovenop uw eventuele loon) een uitkering waarbij niet meer direct rekening wordt gehouden met wat u vroeger verdiende. De uitkering is dan een bepaald percentage van het minimumloon, waarbij het percentage afhankelijk is van de arbeidsongeschiktheidklasse waarin u zit. Deze uitkering is dus vrijwel altijd lager dan de 'loongerelateerde' uitkering.
Als u onder het sociaal minimum komt: een toeslag
Mocht uw gezinsinkomen in de WGA lager uitvallen dan het sociale minimum dat voor u geldt, dan kunt u bij UWV een toeslag aanvragen. Met deze toeslag komt uw inkomen dan in elk geval op het sociale minimum.
Als u wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt bent: 70% uitkering
Is uw loonverlies 80% of meer, maar bent u niet 'duurzaam' arbeidsongeschikt omdat
er nog veel kansen zijn op herstel? Dan krijgt u een 'loongerelateerde' uitkering
van 70% van uw oude loon (met een maximum). Deze uitkering duurt net zolang totdat
duidelijk is dat u niet meer kunt herstellen of totdat u geheel of gedeeltelijk arbeidsgeschikt
bent.